Islam

Ontstaan

De islam is ontstaan in de eerste decennia van de 7e eeuw op het Arabische schiereiland. In de handelssteden Mekka en Medina om precies te zijn. De profeet Mohammed werd ongeveer in het jaar 570 in Mekka geboren. Nog voordat hij geboren werd overleed zijn vader en toen hij zes was overleed ook zijn moeder. De opa die Mohammed daarna opvoedde overleed toen hij acht was. Uiteindelijk werd Mohammed opgevoed door een oom. Deze oom nam de kleine Mohammed mee op handelsreizen. In Syrië ontmoetten ze een monnik, die Mohammed voor het eerst in aanraking bracht met verhalen over profeten als Arbraham, Mozes en Jezus. In zijn latere leven kreeg Mohammed openbaringen van Allah, die de basis vormen voor de koran en de islam.

Geloof

Moslims geloven in Allah, engelen, de heilige boeken, de profeten, het laatste oordeel en dat alles door Allah is voorbestemd. Allah vormt de basis van het geloof, want Hij is de schepper van alles. Ook de mens is door Allah geschapen, met als doel om Hem te leren kennen en te aanbidden. Allah heeft altijd bestaan en zal ook altijd bestaan en er is geen andere god dan Allah. Hij heeft de beste eigenschappen en kan alles. Allah heeft engelen geschapen om belangrijke taken te verrichten. De engel Djibriel (Gabriël) bijvoorbeeld, is de leraar van de profeten. Hij heeft gedurende 23 jaar steeds stukjes van de koran geopenbaard aan de profeet Mohammed. Allah heeft verschillende boeken gestuurd om de mensen over Hem en het geloof te leren. Hij heeft de thora geopenbaard aan Mozes, de psalmen aan David en de evangeliën aan Jezus. Deze boeken zijn volgens moslims door de eeuwen heen door mensen veranderd. Daarom is de koran het enige boek dat nog precies Allahs woorden bevat. Allah heeft vele profeten gestuurd om mensen iets te leren over de godsdienst, zoals Noeh (Noach), Ibrahiem (Abraham), Moesa (Mozes) en Isa (Jezus). De laatste en belangrijkste profeet is Mohammed. Hij bracht de mensen geloof in de laatste dag bij, dat betekent dat iedereen aan het einde der tijden wordt beoordeeld op zijn goede en slechte daden. Geloof in de voorbestemming houdt in dat alles wat er gebeurt door Allah is bepaald. Zowel de goede als de slechte dingen horen bij een plan dat Allah heeft gemaakt, voordat alles bestond. Alles gebeurd volgens Zijn plan.

Mohammed als stichter

Mohammed werd handelsreiziger en zijn reizen werden een groot succes. De rijke weduwe Gadiedja werd verliefd op Mohammed en vroeg hem ten huwelijk. Mohammed stemde hiermee in, ze trouwden en kregen samen zes kinderen. Als gezin leefden ze gelukkig samen, maar Mohammed maakte zich zorgen over de manier waarop de mensen in Mekka leefden. Het leek erop dat ze alleen maar oog hadden voor geld verdienen en plezier maken. Niemand bekommerde zich om de arme mensen. Wat Mohammed ook heel erg dwars zat was dat de rijke en machtige mensen meenden dat ze rijk en machtig waren omdat God dat zo wilde.

Mohammed ging vaak in zijn eentje naar de bergen net buiten de stad om daar in alle stilte te bidden en na te denken over God en het leven. In die grot kreeg Mohammed bezoek van de engel Djibriel, die hem de opdracht ga om alle mensen te vertellen over de grootheid en goedheid van Allah. In het begin waren er maar weinig mensen die interesse toonden in de boodschap van Mohammed, maar hij gaf niet op. Op den duur begonnen Mohammeds preken door te dringen tot de bevolking. De leiders van Mekka begonnen zich zorgen te maken over hun macht en handel. Zij wilden Mohammed doden, maar hij wist op tijd te vluchten naar Medina. In Medina konden de moslims in alle vrijheid hun geloof beleven. Er was voor de moslims dus echt een nieuwe tijd aangebroken. Daarom werden vanaf toen alle jaren berekend vanaf Mohammeds vlucht van Mekka naar Medina.

Samenkomst

Moslims kunnen in principe op alle (schone) plekken bidden, maar toch gaan ze daarvoor graag naar een moskee. Vooral op vrijdagmiddag gaan veel moslims naar de moskee. In veel moslim landen is vrijdag een vrije dag. Het gebed wordt dan geleid door een imam. Hij is de voorganger in het gebed en weet veel over de islam en de koran. Op vrijdag houdt de imam gewoonlijk een preek waarin hij uitlegt wat de islam te zeggen heeft over een bepaald onderwerp of gebeurtenis. Voor moslims is de moskee een echte plek van ontmoeting. Vaak hoort bij de moskee ook een winkel, theeruimte en een koranschool, waar kinderen de koran leren lezen.  Het woord ‘moskee’ betekent ‘plaats om te knielen’. Er zijn geen banken of stoelen. Mannen en vrouwen zitten apart, omdat tijdens het bidden alle aandacht naar Allah gaan en niet naar elkaar. De moskee is ook de plek waar de grote islamitische feesten worden gevierd zoals het suikerfeest en het offerfeest. Omdat de islam verspreid is over de hele wereld, zijn er ook moskeeën in allerlei vormen. Veel  moskeeën hebben een koepel en een minaret (toren) waar vanaf de gelovigen worden opgeroepen om te komen bidden. In een moskee is er ook altijd een nis die de richting naar Mekka aangeeft. Dit is de heilige stad waar Mohammed heeft geleefd.

Dood

Moslims begraven hun doden liefst kort (binnen 24 uur) na het overlijden, omdat de ziel zo snel kan terugkeren naar zijn herkomst bij Allah. Voor de begrafenis wordt het lichaam van een overleden moslim drie maal gewassen, zodat de overledene rein en zuiver voor Allah kan verschijnen. De imam leest stukken uit de koran. Daarna wordt het lichaam zonder kleding in een doek gewikkeld. In de dood is iedereen gelijk, voor Allah is er geen onderscheid tussen rijk en arm. De dode wordt met het gezicht in de richting van Mekka gelegd, dezelfde richting waarin moslims bidden. Moslims geloven dat er een dag komt, waarop alles vernietigd zal worden en iedereen die dan leeft dood zal gaan. Daarna zal iedereen die ooit geleefd heeft weer tot leven worden gewekt (ze worden daarom niet gecremeerd) en worden beoordeeld voor zijn goede en slechte daden. Twee engelen zullen de overledene ondervragen en dan wordt er bepaald of iemand naar het paradijs of naar de hel gaat.

Rituelen, symbolen en gebruiken

Door het uitspreken van de sjahadah (geloofsbelijdenis) getuigt een moslim van de belangrijkste kern van zijn geloof: Ik getuig dat er geen andere god is dan Allah en dat Mohammed zijn boodschapper is. Hiermee geeft hij aan dat hij Allah wil gehoorzamen op de manier die Mohammed heeft voorgedaan. Het is een gebruik om de sjahadah in het oor van een pas geboren baby en iemand op zijn sterfbed te fluisteren, zodat het de eerste en laatste woorden zijn die hij hoort.

Moslims geloven dat Allah je slechte daden (zonden) vergeeft door het gebed (salaat). Vijf keer per dag wordt er gebeden: in de ochtend, middag, namiddag, avond en nacht. Voordat moslims gaan bidden moeten ze rein zijn. Dit betekent dat minimaal drie keer achter elkaar, handen, mond, neus, gezicht, armen, oren, haar en voeten worden gewassen. Daarnaast betekent rein zijn ook dat je het gebed met de juiste bedoeling doet, dat wil zeggen dat je probeert alles om je heen te vergeten omdat je het gebed voor de ‘allerhoogste’ (Allah) gaat doen.

Om in het paradijs te komen is het niet alleen belangrijk om het goede geloof te hebben en te bidden. In de koran wordt het betalen van de armenbelasting (zakaat) altijd in één adem genoemd met het gebed. Iedereen die genoeg geld heeft om van te leven en die ieder jaar ook nog wat over heeft moet daarvan 2,5 % armenbelasting betalen.

Vasten tijdens de maand Ramadan betekent dat er van zonsopgang tot zonsondergang ondermeer niet gegeten en gedronken mag worden. Vasten brengt je dichter bij Allah omdat je je dan beter kunt concentreren op je gebed en geloof. Door te vasten leren mensen de waarde van hun voedsel (en zijn schepper Allah) beter kennen en zijn ze solidair met de armen.

Op bedevaart gaan naar Mekka, is ook een verplichting voor alle moslims, die zich dat financieel en fysiek kunnen veroorloven.

Feesten

Ieder jaar vieren de moslims het offerfeest. Ze denken dan aan Ibrahim, die alles wilde doen voor Allah. Net als Ibrahim offeren ze een schaap. Het offerfeest is een groot feest, waarvoor de moslims liefst nieuwe schone kleren aantrekken. De mannen en jongens bezoeken de moskee, de vrouwen en meisjes verzorgen een uitgebreide maaltijd met veel lekker eten. Bij het offerfeest hoor je ook iets te geven aan de armen. Zorgen voor mensen, die geen geld hebben om feest te vieren. Of zorgen voor de zieken. Zo kun je ook gehoorzaam zijn aan Allah: door niet alleen aan jezelf te denken.

Het id-oel-fitr (ook wel suikerfeest genoemd) is het feest waarop het einde van de maand ramadan gevierd wordt. Het Arabische id-oel-fitr betekent "feestdag ter gelegenheid van het breken (van het vasten)". Het is een blij feest na de zware tijd van het vasten. Het is één van de drukste dagen in de moskee, waar iedereen in zijn nette kleren heen gaat. Tijdens deze bijeenkomst wordt nog een keer een bijdrage gevraagd voor de armen. Na het bezoek aan de moskee worden er thuis met het hele gezin allerlei lekkere, vaak zoete, hapjes gegeten. Daarna is het tijd voor familiebezoek.

Eten

Ondanks het feit dat Allah de Schepper is van alles, mogen moslims niet zo maar alles eten. Varkensvlees en alcohol zijn bijvoorbeeld verboden. Allah dankbaar zijn voor het voedsel is heel belangrijk, ook bij de regels voor het slachten, die er voor zorgen dat het vlees ‘halal’ is:

De slager moet zorgen voor het welzijn van het dier.

Voordat een dier geslacht wordt, spreekt de slager de woorden ‘bismillah, Allahoe akbar’ (in naam van Allah, Allah is groot) uit, waarmee hij zijn dankbaarheid en respect uit voor Allah.

In één beweging worden de halsslagader, de luchtpijp en de zenuwbanen naar de hersenen doorgesneden. Hierdoor verliest het dier het bewustzijn en stopt het hart met kloppen.

Het dier moet in goede omstandigheden gefokt worden, de kwaliteit van het voedsel en het onderdak moeten goed zijn, en het moet niet over lange afstanden vervoerd worden. Dierenwelzijn is een belangrijke verantwoordelijkheid die Allah aan de mens heeft gegeven.